Test olandeză nivel avansați

1. Mijn broer en zijn vrouw ... een dagje uit geweest.

2. Ze ... met de auto naat Amsterdam gegaan.

3. Jullie ... een kopje koffie gedronken.

4. Hij ... een auto gehuurd.

5. Ze ... samen en mooie wandeling gemaakt.

6. Ik ... naar Scheveningen gefietst.

7. We ... in het park gewandeld.

8. Ik ... hard gewerkt.

9. Maria ... ondeweg naar de markt gestopt.

10. Opa ... gisteren avond weggegaan.

11. Boris gaat Rechten studeren ... hij advocaat wil worden.

12. De cursus is heel moeilijk ... je moet erg gemotiveerd zijn.

13. Ik wil graag Engels studeren ... ik naar Engeland wil gaan.

14. Ze zegt ... ze morgen naar Edam gaat.

15. We gaan morgen naar de strand ... het mooi weer is.

16. Ik vraag ... we morgen naar kantoor gaan.

17. ... het niet regent, gaan we tenissen.

18. ... hij in Den Haag woont, zal hij niet meer zo vaak thuis zijn.

19. Ga je eerst werken ... ga je eerst naar de markt?

20. We gaan vanmiddag niet wandelen ... het al de hele dag regent.

21. Zij ... met Alex te praten.

22. Hij ... een boterham te eten.

23. Bob ... een kopje thee te drinken.

24. Jan en Joris ... met elkaar te praten.

25. De kat ... te slapen.

26. Mijn collega's ... een krant te lezen.

27. Hij ... een sigaar te roken.

28. Marijke ... naar TV te kijken.

29. Mijn vader ... een boek te lezen.

30. Ine ... op haar moeder te bellen.

Vorbiți fluent în orice limbă!

Cursuri stimulative, structurate în lecții relevante și interesante
care se desfășoară într-un mediu atrăgător și confortabil.
Profesori dinamici și dedicați!

Aflați mai mult!
(021) 253 22 55